Bronnen

Vezels

Vezels, ook wel voedingsvezels genoemd, worden zitten in plantaardige voedingsmiddelen, zoals graanproducten, zaden, bonen, erwten, groenten en fruit. In dierlijke producten zitten geen vezels. Voedingsvezels zijn afkomstig van planten en bestaan voor het grootste deel uit celwanden. Het menselijk lichaam kan de verbindingen in vezelmoleculen niet afbreken, zodat vezels nauwelijks worden verteerd in het maag-darmkanaal en in de ontlasting terechtkomen.

Omdat vezels vrijwel niet verteerd worden, hebben ze geen voedingswaarde voor ons. Ze hebben echter wel verscheidene voordelen voor de gezondheid. Mensen die weinig vezels eten, zullen een harde, droge ontlasting hebben waardoor hard moet worden geperst tijdens de stoelgang. Dit heeft obstipatie en aambeien tot gevolg. Vezels houden water vast, waardoor de ontlasting zachter wordt en de stoelgang wordt vergemakkelijkt. Het voorkómen van obstipatie kan de ontwikkeling van darmkanker tegengaan, mogelijk doordat de ontlasting sneller het lichaam verlaat en het spijsverteringskanaal wordt schoongehouden.

Bovendien voorkomen vezels de opname van bepaalde vetten, die anders zouden hebben bijgedragen aan het verhogen van het cholesterolniveau in het lichaam. Hierdoor bestaat weer een kleinere kans op hartaandoeningen.

Vezels zitten in veel voedselbronnen en vezelrijke voedingsmiddelen zouden de basis van uw maaltijden moeten vormen. Daartoe behoren producten als volkorenbrood, granen, aardappelen, volkoren pasta, zilvervliesrijstrijst, haver, bonen, fruit en groenten.

Een volwassene heeft dagelijks zo'n 25 gram vezels nodig dit komt neer op ongeveer:

  • 5 sneetjes volkoren brood
  • 3-5 aardappelen of 100 gram zilvervliesrijst / volkorenpasta
  • 200 gram groente
  • 2 stuks fruit

Als je meer vezels gaat eten, moet je er goed op letten dat je voldoende drinkt om de vezels te helpen de darm te passeren. Zorg ervoor dat je minimaal 1,5 tot 2 liter per dag drinkt.